Kweekmethodes

Het spreekt van zelf dat ik geen bestrijdingsmiddelen gebruik en geen kunstmest. De planten staan als het even kan buiten, zodat ze afgehard zijn en gegroeid zijn in het tempo van de seizoenen. Alleen zaaien en stekken doe ik meest in de kas, en hele jonge plantjes mogen de eerste winter binnen staan. Dit soort planten zal geen probleem hebben om aan te slaan als je ze in je eigen border plant.

Voorraad met gezaaide en gescheurde planten

Scheuren

Ik gebruik verschillende methodes om planten te vermeerderen. Voor het scheuren worden de planten opgerooid en voorzichtig in stukken gedeeld, waarbij ieder deel minimaal een wortel en een knop moet hebben. Per plant gaat een deel weer terug in de border, de rest wordt opgepot.

Gewoonlijk doe ik dit in het vroege voorjaar, als de planten in rust zijn, want het is natuurlijk wel je reinste mishandeling. Ook omdat, als ik ze in potten zet, ik de wortels flink moet inkorten. Door de extreem droge lentes die we nu al drie jaar op rij hebben, heeft deze methode het risico, dat de gescheurde planten verdrogen voor ze de kans hebben gehad om hun wortels weer aan te laten groeien. Daarom ik experimenteer ik ook met scheuren in het najaar.

Stekken

Niet alle planten laten zich makkelijk delen. Struikachtige planten kunnen beter gestekt worden. Daarvoor neem je in het groeiseizoen topscheuten, die je op een beschaduwde plaats in speciaal stekmengsel laat wortelen. Als ze geworteld zijn, worden ze verpoot in potten of de volle grond, om verder uit te groeien.

stekken

Zaaien

Zaaien heeft iedereen wel eens gedaan. Toch laten lang niet alle vaste planten zich even makkelijk zaaien. Ze hebben vaak een voorbewerking nodig, het ‘stratificeren’. Je moet er vaak veel meer geduld voor hebben als bij het zaaien van eenjarigen, maar zo kom je wel vaak aan heel bijzondere soorten. Een heel avontuur! Andere soorten maken je het veel makkelijker, doordat ze zichzelf spontaan uitzaaien in de border. Je moet ze dan wel herkennen, maar vervolgens kan je ze opgraven en potten.

Afleggers en uitlopers

Dit is een makkelijke methode, want de plant doet zelf het meeste werk. Als je lange takken op of net onder de aarde vast pint, zullen daar vaak spontaan wortels ontstaan. Je hoeft dan alleen maar de aflegger van de moederplant af te knippen en je hebt een nieuwe plant! Met uitlopers is het nog simpeler: de plant maakt zelf ondergrondse takken, waar de wortels meteen al aan zitten.